GEZAG

Getrouwd?
Bent u getrouwd en heeft u minderjarige kinderen? Dan heeft u samen het ouderlijk gezag over uw kinderen. Dat geeft u het recht en de plicht om uw kinderen op te voeden, te verzorgen en belangrijke beslissingen te nemen die hen betreffen. U bent vrij om te bepalen hoe u dat doet, zolang dat maar wel in het belang van uw kind is. Ouderlijk gezag betekent ook dat u verantwoordelijk bent voor de bevordering van de persoonlijkheid van uw kind, en voor het geestelijke en fysieke welzijn van hem of haar. Bent u het als ouders niet met elkaar eens over de manier waarop u beiden het ouderlijk gezag invult? Dan kunt u dit voorleggen aan de rechtbank. Die zal beide ouders horen, en – afhankelijk van de leeftijd – ook het minderjarige kind. Daarna zal de rechtbank een beslissing nemen over het geschil.

Niet getrouwd?
Bent u niet getrouwd, maar heeft u wel kinderen? Dan heeft alleen de moeder van rechtswege het gezag. Als het wenselijk is dat de vader en de moeder gezamenlijk gezag hebben, dan kunt u bij de griffie van de rechtbank aangeven dat u samen het gezag wilt uitoefenen. Het komt ook voor dat de moeder geen toestemming wil geven voor gezamenlijk gezag. In dat geval kan de vader vervangende toestemming vragen aan de rechtbank. Afhankelijk van het belang van het kind zal de rechtbank dit verzoek toewijzen.

Echtscheiding
Na een echtscheiding behouden beide ouders het ouderlijk gezag. Alleen bij uitzondering heft de rechter het gezamenlijk gezag op en belast hij een van de ouders met het gezag. Dat kan op verzoek van een van de ouders, wanneer de rechter dat in het belang van het kind acht. Zo’n verzoek bij de rechtbank moet zeer goed gemotiveerd worden. Toewijzing ervan vindt bijvoorbeeld plaats als er zulke ernstige en niet binnen afzienbare tijd voldoende verbeterde communicatieproblemen zijn tussen de ouders, dat de kinderen hierin klem komen te zitten (het ‘klemcriterium’).

Heeft u vragen over gezagskwesties? Neemt u contact op met mr. Boomsma-Shriber voor informatie en advies.